Loading...

Villa Volta (Efteling) - Het volledige verhaal

18,538 views

Loading...

Loading...

Transcript

The interactive transcript could not be loaded.

Loading...

Loading...

Rating is available when the video has been rented.
This feature is not available right now. Please try again later.
Uploaded on Aug 13, 2008

Het verhaal staat in beeld, maar is hieronder ook te lezen.

In het midden van de 18e eeuw overspoelden golven van geweld onze Brabantse Kempen en het Limburgse platteland. Horden van gewetenloos boevenpak trokken plunderend en brandstichtend door onze vredige dreven. Zij noemden zich: de Bokkerijders, naar schimmige luchtgeesten, die volgens een Middeleeuwse mythe, op bokken gezeten door de donkere nachtelijke hemel zwermden en zelfs afgesloten huizen konden binnendringen.

Marie: De bokkerijders, addergebroed dat is 't. Ze moeten ze uitroeien
met wortel en tak dat moeten ze.

Jonge Peer: Ja, da's zeker Marie, da's zeker.

Vrouw 2: Oh ja, 't is toch niet waar war hè.

Marie: Addergebroed dat is 't.

Vrouw 2: Ze zeggen dat hun ogen licht geven in het donker en dat ze zo rap zijn dat het noodlot u treft als den donder.

Marie: Gezwets dat zeg ik u. Achterbaks gepeupel dat met lage streken en omkoperij het gewone volk knecht. Laat ze de landheer maar eens beroven dan komen ze van een kouwe kermis thuis.
De mythe verhaalt, dat dit duivelse leger van bokkerijders zijn einde vond in een gruwelijke slag, hoog in de hemelen boven de Postelse abdij. Zestig lange jaren oefende de bende een waar schrikbewind uit over de plattelandsbevolking. Hun satanische gildeteken, een bokkepoot, vervulde eenieder met huiver, en angst....

Jonge Peer: Vervloekt zijn die Bokkerijders, de parasieten van deze streek en hun Hugo in het bijzonder.

Marie: Het is een goddeloze doerak die 'n Hugo. Met zijn lange zwarte manen is't d'n duvel gelijk. Wanneer hij in de buurt is bent ge uw leven niet zeker.

Vrouw 2: Om maar te zwijgen over have en goed.

Marie: Zelfs de grendels voor de valdeur houden hem niet tegen.

Vrouw 2: Ach heere, wie zal ons kunnen verlossen van zulke kwelgeesten.

Jonge Peer: Een godslasterlijke bandiet da's zeker maar bedenk wel: Hoogmoed komt voor den val

Man 2: Dat kan wel zijn Jonge Peer maar voorlopig trekt hij zich daar niets van aan.

Marie: Als jongeling deugde hij al niet. Altijd tegen het regeur in. Ge zag het toen al aankomen dat hij een deugniet zou worden.

Hoort hier het verhaal van Hugo, Hugo van de Loonsche Duynen, die zich bij dit gemenepak van rovers aansloot. Een man zonder enig mededogen, bezeten van een tomeloze hebzucht, en gier naar geld. Hugo, de Bokkerijder!

verhaal van de 2e kamer

Dit huis, dit vervloekte huis... het is een hel gelijk. Die ene vervloekte avond in de Belgische Kempen...
De zon stond laag en we zochten bedden voor de nacht, maar van dorpen was geen spoor.
Maar ineens, in de verte... een groot gebouw. De abdij van Postel, wisten wij. We brachten de paarden in galop, en toen de zon was weggezakt, kwamen we aan bij de kapel.
Er was licht achter de ramen en het was er doodstil. Geen monnikenzang of vroom geprevel. Achter de kapeldeur gouden kelken en zilveren kandelaars voor het oprapen, hahaha! Met deze gedachte ramden we de deur! Geen mens.... Op het altaar glinsterde de buit. De kaarsen waren ontstoken... vreemd. Mijn mannen kraakten het offerblok, en ikzelf leegde het altaar.
En toen, plotseling, op mijn schouder een slanke hand. Ik keek om, en achter mij stond een jonge vrouw, haar ogen vol vuur. Allen zagen haar, en het gerinkel verstomde. Ze leek te zweven in haar lange witte kleed. Even voelde ik iets van angst, en ze sprak tot mij: 'Gij, Hugo van den Loonsche Duynen, gij ontheiligt hier dit huis. Zo kom tot inkeer, en roep niet de toorn des Heren over u af....'
Maar ik, ik overwon mijn angst; hoonde haar weg met schampere lach en stootte haar ruw terug. Ik riep de mannen op te gaan en zag dat zij zich oploste in het niets... Een dag later bereikte ik mijn huis. Ik schrok: boven op de gevel stond... ZIJ! De dame uit de kapel! Haar armen wuifden, als wiegden ze op de wind. Ik hoorde haar stem, als zweefde die in mijn hoofd: 'Nergens in uw eigen huis, noch waar ook ter wereld, zult gij rust of vrede vinden, nu gij Gods huis geschonden hebt... eerst dan, wanneer een edel mens met het reine geweten van een pasgeboren kind, uw woonstede zal betreden, dan zult gij vrede vinden, in uw huis en in uw hart...'
Die ban, mijn gruwelijk lot, is tot op heden niet gebroken... Treed binnen met een reine ziel, opdat de doem valt van dit huis, en mijn ziel de rust verkrijgt, waar ik zo hevig naar verlang.....

Loading...

When autoplay is enabled, a suggested video will automatically play next.

Up next


to add this to Watch Later

Add to

Loading playlists...