Loading...

Concordia verzekeringen

392 views

Loading...

Loading...

Transcript

The interactive transcript could not be loaded.

Loading...

Rating is available when the video has been rented.
This feature is not available right now. Please try again later.
Published on Jan 21, 2016

Concordia was de verzekeringsmaatschappij van de katholieke arbeidersbewerging. De statuten bepaalden dat 70 procent van de winst zou worden uitgekeerd aan de verzekerden, 20 procent aan de vorming van een Voorzorgkas en 10 procent aan de vorming van een reservefonds. Doel van de Voorzorgkas was het voorkomen van voortijdige beëindiging van verzekeringen door ziekte, werkloosheid, rechtmatige werkstaking of uitsluiting.

In 1907 richtten de kleermaker J.H. Grundmeijer, chocolatier J. Bahmerth, wever H. Brouwer, klompenmaker G.J. van Lent en schilder M.H.J. van Lent de Coöperatieve Levensverzekeringsmaatschappij Concordia op. Aanvankelijk was het een instelling van de Utrechtse Diocesane Werkliedenbond, gevestigd in Zeist.

De statuten bepaalden dat 70 procent van de winst zou worden uitgekeerd aan de verzekerden, 20 procent aan de vorming van een Voorzorgkas en 10 procent aan de vorming van een reservefonds. Doel van de Voorzorgkas was het voorkomen van voortijdige beëindiging van verzekeringen door ziekte, werkloosheid, rechtmatige werkstaking of uitsluiting.

Concordia verhuisde in 1919 naar Utrecht en was sindsdien een instelling van achtereenvolgens de Federatie van de Diocesane RK Volks- en Werkliedenbonden (tot 1925), het Roomsch-Katholieke Werkliedenverbond (RKWV, 1925-1945), de Katholieke Arbeiders Beweging (KAB, 1945-1963) en het Nederlands Katholiek Vakverbond (NKV, 1964-1982).

Bij het 50-jarig bestaan in 1957 kon Concordia terugzien op een geslaagde eerste eeuwhelft. Begonnen als een 'volkse' verzekeringsmaatschappij met het verzekeren van relatief kleine bedragen, steeg in de jaren na 1945 vooral de afdeling kapitaal- en renteverzekeringen. Het totaal verzekerde bedrag bedroeg 400 miljoen gulden verspreid over ruim 750 duizend verzekeringen. Naast individuele verzekeringen, sloot Concordia ook al betrekkelijk snel collectieve pensioencontracten, vooral met de rk coöperatieve beweging. Vanaf 1918 tot 1957 bedroeg het uitgekeerde bedrag van de Voorzorgkas, de reddingsboei voor duizenden polishouders, bijna 1,5 miljoen gulden.

Het totaal aan de verzekerden uit te keren winstkapitaal bedroeg 3,6 miljoen gulden. Een aanzienlijk gedeelte van de premiereserve was belegd in hypothecaire leningen aan particulieren, vaste eigendommen en leningen op schuldbekentenis aan gemeenten, voornamelijk ten behoeve van de woningbouw. Het ging daarbij in 1957 om een bedrag van circa 61 miljoen gulden. Het belang voor de rk vakbeweging bleek onder meer uit de financiële steun die Concordia verleende aan tal van KAB-instituten en -instellingen zoals Sanatorium Berg en Bosch, het A.C. de Bruyn-instituut, Drukkerij Lumax, rusthuis Sonnehaert en De Volkskrant.

Hoewel Concordia in de jaren zestig en zeventig een gestage groei doormaakte, werden de mogelijkheden om zich in haar aanbod als een 'werknemersmaatschappij' te onderscheiden geringer. In deze jaren begon, mede door de ontzuiling, een verwijdering tussen Concordia en de KAB te ontstaan. Het automatisme om van vader op kind verzekeringen af te sluiten bij Concordia verdween en de maatschappij moest dus op zoek naar nieuwe doelgroepen.

Institutioneel onderging de relatie tussen Concordia en het NKV in 1974 een ingrijpende wijziging, toen aan de medewerkers van het bedrijf - formeel de Stichting Medezeggenschap Medewerkers Concordia (SMMC) - een aandeel van meer dan een derde van de stemmen in de ledenraad van de maatschappij werd toegekend. Feitelijk verwierf Concordia daarmee een grotere onafhankelijk ten opzichte van het NKV.

De fusie van NVV en NKV tot FNV in 1982 was aanleiding om ook de fusie van de aan deze vakcentrales gelieerde financiële instellingen opnieuw onder ogen te zien. Voor het zover was, verstreken enige jaren. De jaren tachtig stonden met name bij De Centrale in het teken van het intern orde op zaken stellen en het afwegen van de diverse alternatieven. Eind jaren tachtig hakten zowel De Centrale als Concordia de knoop door.

De fusie van beide verzekeraars in de Reaal Groep vond in 1990 plaats. Opmerkelijk is overigens dat Concordia met formele financiële banden met de FNV, niet meer de naam had aan de vakbeweging te zijn gelieerd, terwijl De Centrale deze formele banden met de FNV niet kende, maar juist wel doorging als een verzekeraar van de vakbeweging.

Door de fusie werd De Centrale omgevormd van verzekeraar voor de sociaal-democratische vakbeweging tot een formeel aan de FNV gelieerde verzekeraar voor een breed publiek. Aan de relatie tussen het FNV en de Reaal Groep kwam in 1997 een einde toen de Reaal Groep samenging met de SNS Groep en het FNV afstand deed van haar aandelen. Daarmee kwam ook een einde aan 90 jaar katholiek verzekeren.

Loading...

When autoplay is enabled, a suggested video will automatically play next.

Up next


to add this to Watch Later

Add to

Loading playlists...