Een training ziet er globaal als volgt uit. Eerst is er een warming-up. Bij de pupillen is dat vaak een (tik-)spel, de junioren gaan echt inlopen. Daarna doen de kinderen oefeningen om de coördinatie te verbeteren, vaak in de vorm van loopscholing. Bij elke training staat één onderdeel centraal, dat noemen we de kern. Elk atletiekonderdeel is opgebouwd uit specifieke bewegingen. Die worden los geoefend. Coördinatie, conditie en kracht nemen zo op natuurlijke wijze toe, waardoor de totale beweging steeds beter zal gaan. De pupillen doen dit deel van de training veelal in spelvorm; de junioren trainen steeds meer gericht op een beweging. Uiteindelijk zal in de meeste gevallen ook daadwerkelijk het onderdeel aan bod komen: als je een tijd geoefend hebt hoeveel passen je moet maken en welk been je op moet zwaaien, is het leuk om ten slotte echt over de hoogspringlat te springen, en onmiddellijk aan den lijve te ervaren wat training oplevert.
Pallas '67 is de atletiekvereniging voor Wageningen en omgeving. Ze telt ruim vierhonderd leden.
De vereniging heeft een bloeiende jeugdafdeling, waar kinderen vanaf een jaar of zes op speels-prestatieve wijze bezig zijn met atletiek. De kinderen worden, afhankelijk van hun leeftijd, ingedeeld bij de pupillen of de junioren.
Elke leeftijdsgroep beoefent op zijn eigen niveau uiteenlopende atletiekonderdelen. Voor pupillen zitten sprint en lange(re)-afstandlopen, hoog- en verspringen, kogelstoten en balwerpen in het wedstrijdprogramma. Voor junioren komen daar hordelopen, speer- en
discuswerpen, hink-stap-sprong en polsstokhoogspringen bij.
Dit haalt jeugdherinneringen naar boven =))
santeenl 11 months ago