In het ziekenhuis waar hij vroeger werkte als nachtportier, waakt Herbert nu bij zijn zieke vrouw.
Af en toe verlaat hij de kamer om een luchtje te scheppen.
De glazen portiersloge, beneden in de hal, staat er nog precies als toen.
Wanneer hij door het raam naar binnen kijkt, komen herinneringen aan zijn onstuimige jongensjaren tot leven.
In zowel poëtische als hilarische scènes zien we in één enkele nacht het prille begin en onvermijdelijke einde van een prachtige liefde.
Link to this comment:
All Comments (0)