Psalm 88 (berijming 1773)
Vers 1:
O God mijns heils, mijn toeverlaat,
Tot U hef ik mijn droeve klachten;
Ik roep, bij dagen en bij nachten,
Tot U in mijnen jammerstaat.
Ik nader biddend: wil mij horen
En neig tot mijn geschrei Uw oren.
Vers 8:
Wie zal Uw wondren, Uw beleid,
Ooit in de duisternis vertellen?
Wie ooit Uw recht in 't daglicht stellen
Ter plaatse der vergetelheid?
Maar ik, eer d' uchtend aan komt breken,
Zal U, o Heer', om bijstand smeken.
wat mooi vertolkt!!
dewarmestal 1 year ago